a, eind groep, groep 5, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – zelfstandig naamwoord – onregelmatig meervoud – schip-schepen pad-paden – 6p.
a, begin groep, begrippen in de ruimte, groep 3, taal woordsoort, thema mens leeftijd relaties sport en spel, woordenschat woordsoort in thema basiswoordenschatr & t – ruimte – plaats beer | konijn | pop | vogel – in op uit – de doos – beeldvorming, lezen – 12p.
b, begin groep, groep 3, taal woordsoort, woordenschat woordsoort in thema mkmt – mkm-woorden in thema: tegenstelling – vol leeg dik dun hoog laag aan uit – woorden en zinnen tot 4 woorden – beeldvorming opdrachtkaarten werkbladen van pijl tot stip19p.
a, groep 5, midden groep, taal woordsoort, woordenschat woordsoort benoem een woordsoortt – zelfstandig naamwoord – wat is enkelvoud en meervoud | regelmatige meervoudsvormen boeken – vogels – kinderen – 21p.
a, doffe e stomme e, eind groep, groep 4, taal woordsoort, werken beroepen boerderij, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – zelfstandig naamwoord – wat is het meervoud van varken of kalf? -en -s -eren – op de boerderij – opdrachtkaarten, deel in – 7p.
a, doffe e stomme e, eind groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – spelling zelfstandig naamwoord – boom-bomen reep-repen – 13p.
a, doffe e stomme e, eind groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – spelling zelfstandig naamwoord – kip-kippen bus-bussen – 11p.
a, doffe e stomme e, groep 5, midden groep, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – spelling werkwoord wandelen tekenen bibberen – 13p.
a, begin groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – bijvoeglijk naamwoord – lang – de lange trein – kort – de korte trein wat is de tegenstelling? – gr4 – 8p.
a, eind groep, groep 4, taal woordsoort, thema mens voeding eten en drinken koken recepten, woordenschat categoriseren, woordenschat denkrelatiet – denkrelatie – voeding – de melk zit in een pak, het is een pak melk – 13p.
basisblad, groep 1, taal woordsoort, woordenschat, woordenschat woordsoort in thema basiswoordenschatt – basiswoord – lidwoord – basisblad – gebruik je de of het? – 6p.
groep 6, taal woordsoort, woordenschat woordsoort benoem een woordsoortt – bijvoeglijk naamwoord – wat is een bijvoeglijk naamwoord? – 15p.
a, doffe e stomme e, eind groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – bijvoeglijk naamwoord – de boom is groot – de grote boom – 11p.
a, doffe e stomme e, eind groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – bijvoeglijk naamwoord – de trein is snel – de snelle trein – 11p.
a, groep 3, midden groep, taal woordsoort, woordenschat woordsoort in thema clustert – woordsoort – tegenstelling – cluster – beeldvorming, lezen – 11p.
a, begrippen in de ruimte, groep 3, midden groep, taal woordsoort, woordenschat woordsoort in thema basiswoordenschatr & t – ruimte – plaats – kinderen boerderijdieren speelgoed – midden naast tussen – knip&plak – 14p.
b, groep 5, midden groep, taal woordsoort, woordenschat woordsoort benoem een woordsoortt – werkwoord – wat is een doewoord of werkwoord? – 20p.
b, eind groep, groep 5, taal woordsoort, woordenschat woordsoort benoem een woordsoortt – werkwoord – tegenwoordige tijd en verleden tijd – 10p.
a, begin groep, groep 5, taal woordsoort, thema natuur dieren, woordenschat woordsoort vul een woordsoort inw – dier – welk dier is groter, het grootst? – 8p.
aai ooi oei eer eur eeuw ieuw uw, b, begin groep, groep 4, taal woorden, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – werkwoord ik maai – hij maait – wij maaien – er komt alleen ’t’ of ‘en’ achter – 4p.