a, eind groep, groep 5, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – zelfstandig naamwoord – onregelmatig meervoud – schip-schepen pad-paden – 6p.
a, doffe e stomme e, eind groep, groep 4, taal woordsoort, werken beroepen boerderij, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – zelfstandig naamwoord – wat is het meervoud van varken of kalf? -en -s -eren – op de boerderij – opdrachtkaarten, deel in – 7p.
a, doffe e stomme e, eind groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – spelling zelfstandig naamwoord – boom-bomen reep-repen – 13p.
a, doffe e stomme e, eind groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – spelling zelfstandig naamwoord – kip-kippen bus-bussen – 11p.
a, doffe e stomme e, groep 5, midden groep, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – spelling werkwoord wandelen tekenen bibberen – 13p.
a, begin groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – bijvoeglijk naamwoord – lang – de lange trein – kort – de korte trein wat is de tegenstelling? – gr4 – 8p.
a, doffe e stomme e, eind groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – bijvoeglijk naamwoord – de boom is groot – de grote boom – 11p.
a, doffe e stomme e, eind groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – bijvoeglijk naamwoord – de trein is snel – de snelle trein – 11p.
a, begin groep, groep 5, taal woordsoort, thema natuur dieren, woordenschat woordsoort vul een woordsoort inw – dier – welk dier is groter, het grootst? – 8p.
aai ooi oei eer eur eeuw ieuw uw, b, begin groep, groep 4, taal woorden, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – werkwoord ik maai – hij maait – wij maaien – er komt alleen ’t’ of ‘en’ achter – 4p.
b, basisblad, begin groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – werkwoord – ik vlieg – jij vliegt – wij vliegen 6p. – praatplaat
b, begin groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – werkwoord ik zwem -zij zwemt – er komt een ’t’ achter – 10p.
b, begin groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – werkwoord ik duik – hij duikt – wij duiken – er komt alleen ’t’ of ‘en’ achter – 14p.
a, begin groep, groep 5, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – werkwoord ik weeg- hij weegt – wij wegen / ik ren – zij rent – wij rennen – invuloefeningen – 9p.
a, groep 5, midden groep, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – spelling stoffelijk bijvoeglijk naamwoord – een houten plank – toepassing – 8p.
a, communicatie maak een enkelvoudige zin, eind groep, groep 5, taal woordsoort, taal zin maak een zin, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – zin – wie – wordt + voltooid deelwoord + door – de poes wordt geaaid door – toepassing, stroken – 11p.
a, eind groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – voornaamwoord – mijn boek – jouw boek / van mij – van jou – 7p.
a, begin groep, groep 5, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – werkwoord ik leer – jij leert – wij leren 15p.
a, begin groep, groep 5, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – voornaamwoord – het is haar boek – zijn boek / het boek is van haar – van hem – opdrachtkaarten toepassing 17p.
a, begin groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – lidwoord – schrijf het woord met de of het – 11p.