communicatie maak een enkelvoudige zin, eind groep, groep 4, taal zin maak een zint – zin – wie-doet-waar – toepassing – 9p.
communicatie maak een enkelvoudige zin, groep 4, midden groep, taal zin maak een zint – zin – wie-doet-waar – met stroken – 11p.
b, doffe e stomme e, eind groep, groep 4t – overschrijven en spelling – dubbele medeklinker ballen muggen messen sokken – 50p. ballen muggen bussen vissen pannen potten kippen netten bakken messen tassen sokken pennen lippen katten botten
a, f-v-s-z-ij-ei-ou-au-sch-schr-ng-nk-g-cht, groep 4, midden groep, taal woordent – spelling – ij- ei – dijk lijm zeil geit en wij wei– 19p.
begin groep, groep 4, woordenschat denkrelatie, woordenschat taalboekt – taalboek – gr4 – mix van oefeningen I – 10p.
a, doffe e stomme e, eind groep, groep 4, taal woordsoort, werken beroepen boerderij, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – zelfstandig naamwoord – wat is het meervoud van varken of kalf? -en -s -eren – op de boerderij – opdrachtkaarten, deel in – 7p.
a, doffe e stomme e, eind groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – spelling zelfstandig naamwoord – boom-bomen reep-repen – 13p.
a, doffe e stomme e, eind groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – spelling zelfstandig naamwoord – kip-kippen bus-bussen – 11p.
b, begin groep, groep 4, woordenschat denkrelatie, woordenschat taalboekt – taalboek – gr4 – mix van oefeningen II – 11p.
groep 4, thema mens emoties en gedragw – gedrag – wat vind je leuk / niet leuk – opdrachtkaarten – 6p.
a, basisblad, begin groep, groep 4, thema altijd handige basisbladen, Thema vaardigheid knutselen kunst cultuur, woordenschat denkrelatie, woordenschat woorden omschrijvenw – basisblad – kenmerk – schrijf, teken en verzin dingen bij je onderwerp – 11p.
a, begin groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – bijvoeglijk naamwoord – lang – de lange trein – kort – de korte trein wat is de tegenstelling? – gr4 – 8p.