communicatie maak een enkelvoudige zin, eind groep, groep 4, taal zin maak een zint – zin – wie-doet-waar – toepassing – 9p.
communicatie maak een enkelvoudige zin, groep 4, midden groep, taal zin maak een zint – zin – wie-doet-waar – met stroken – 11p.
begin groep, communicatie maak een enkelvoudige zin, groep 5, taal communicatie, taal zin maak een zint – zin – maak een zin vragend – gesloten vraag – antwoord is ja of nee – schrijfopdrachten – 11p.
communicatie maak een enkelvoudige zin, groep 4, midden groep, taal zin maak een zint – zin – wie-doet-wat – met stroken – 6p.
communicatie maak een enkelvoudige zin, groep 1, taal communicatie, wonen in huis producten dingen spullen afval, woordenschat, woordenschat woordsoort in thema basiswoordenschatt – woordbegrip – luister – basiswoord – opdrachtkaarten wijs aan of pak – 5p.
communicatie maak een enkelvoudige zin, groep 4, midden groep, taal zin maak een zint – zin – wie-doet-wat-waarmee – stroken – 6p.
begin groep, communicatie maak een enkelvoudige zin, groep 4, taal zin maak een zin, werken beroepen boerderijt – zin – maak een zin – een ‘beroep’ – doet – met stroken – 5p.
communicatie maak een enkelvoudige zin, eind groep, groep 3, taal zin maak een zint – zin – maak een zin – wie – doet – met stroken – 7p.
communicatie maak een enkelvoudige zin, groep 3, midden groep, taal zin maak een zin, thema natuur dierent – zin – maak een zin – een dier – doet – de vogel vliegt / de haan kraait met stroken – 7p.
communicatie maak een enkelvoudige zin, groep 4, midden groep, taal zin maak een zint – zin – wie-doet-wat-waar – toepassing, stroken – 10p.
a, communicatie maak een enkelvoudige zin, eind groep, groep 5, taal woordsoort, taal zin maak een zin, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – zin – wie – wordt + voltooid deelwoord + door – de poes wordt geaaid door – toepassing, stroken – 11p.