groep 5, thema mens voeding eten en drinken koken recepten, werken beroepen boerderijw – voeding – aardappels – toepassing – 6p.
a, doffe e stomme e, eind groep, groep 4, taal woordsoort, werken beroepen boerderij, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – zelfstandig naamwoord – wat is het meervoud van varken of kalf? -en -s -eren – op de boerderij – opdrachtkaarten, deel in – 7p.
b, eind groep, groep 4, thema mens leeftijd relaties sport en spel, werken beroepen boerderij, woordenschat denkrelatie, woordenschat oorzaak gevolg middel doelt – woordenschat – beroepen – familie – 14p.
groep 6, thema mens lichaam, werken beroepen boerderijmens/beroep – gebit – tandarts – toepassing – 17p.
groep 4, midden groep, werken beroepen boerderij, woordenschat denkrelatie, woordenschat oorzaak gevolg middel doelt – denkrelatie – boerderij – waar / niet waar – 5p.
begin groep, groep 5, werken beroepen boerderij, woordenschat denkrelatie, woordenschat woorden omschrijvent – woorden omschrijven – bedenk 3 dingen bij: in huis, dier, vervoermiddel, beroep – 21p.
begin groep, communicatie maak een enkelvoudige zin, groep 4, taal zin maak een zin, werken beroepen boerderijt – zin – maak een zin – een ‘beroep’ – doet – met stroken – 5p.
groep 4, midden groep, werken beroepen boerderij, wonen in huis producten dingen spullen afval, woordenschat denkrelatie, woordenschat oorzaak gevolg middel doelt – denkrelatie – middel-doel – gereedschap – beeldvorming, opdrachtkaart – 6p.