a, groep 5, midden groep, taal woordsoort, woordenschat woordsoort benoem een woordsoortt – zelfstandig naamwoord – wat is enkelvoud en meervoud | regelmatige meervoudsvormen boeken – vogels – kinderen – 21p.
groep 6, taal woordsoort, woordenschat woordsoort benoem een woordsoortt – bijvoeglijk naamwoord – wat is een bijvoeglijk naamwoord? – 15p.
b, groep 5, midden groep, taal woordsoort, woordenschat woordsoort benoem een woordsoortt – werkwoord – wat is een doewoord of werkwoord? – 20p.
b, eind groep, groep 5, taal woordsoort, woordenschat woordsoort benoem een woordsoortt – werkwoord – tegenwoordige tijd en verleden tijd – 10p.
begin groep, groep 6, taal woordsoort, woordenschat woordsoort benoem een woordsoortt – voorzetsel – wat is een voorzetsel (van plaats) – 8p.
b, groep 5, midden groep, taal woordsoort, woordenschat woordsoort benoem een woordsoortt – lidwoord – wat is een lidwoord & gebruik je de, het of een? – 9p.
b, groep 5, midden groep, taal woordsoort, woordenschat woordsoort benoem een woordsoortt – zelfstandig naamwoord – wat is een naamwoord? – 5p.