begin groep, groep 6, taal woordsoort, woordenschat woordsoort benoem een woordsoortt – voorzetsel – wat is een voorzetsel (van plaats) – 8p.
a, begin groep, f-v-s-z-ij-ei-ou-au-sch-schr-ng-nk-g-cht, groep 4, taal woordent – spelling – sp-zw – stier sjaal zalf zwem – 19p
a, begin groep, f-v-s-z-ij-ei-ou-au-sch-schr-ng-nk-g-cht, groep 4, taal woordent – spelling – fl-vr- fiets fles vuist vorm – 19p.
begin groep, begrijpend lezen, groep 4, thema mens leeftijd relaties sport en spelt – begr. lezen – 3 vragen over verhaal van 3 regels – thema’s: spelen & vakantie – kruis aan – 12p.
a, begin groep, begrijpend lezen, groep 3t – begr. lezen – mkm- plak foto’s bij een zin met mkm-woorden – 15p.
begin groep, communicatie maak een enkelvoudige zin, groep 4, taal zin maak een zin, werken beroepen boerderijt – zin – maak een zin – een ‘beroep’ – doet – met stroken – 5p.
begin groep, groep 5, taal zin met leestekenst – zin – leesteken – wanneer gebruik je een uitroepteken? – 7p.
b, basisblad, begin groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – werkwoord – ik vlieg – jij vliegt – wij vliegen 6p. – praatplaat
b, begin groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – werkwoord ik zwem -zij zwemt – er komt een ’t’ achter – 10p.
b, begin groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – werkwoord ik duik – hij duikt – wij duiken – er komt alleen ’t’ of ‘en’ achter – 14p.
a, begin groep, groep 5, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – werkwoord ik weeg- hij weegt – wij wegen / ik ren – zij rent – wij rennen – invuloefeningen – 9p.
b, begin groep, groep 3, taal woordsoort, woordenschat woordsoort in thema basiswoordenschatt – woordsoort basis – tegen – 5p.
a, begin groep, groep 5, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – werkwoord ik leer – jij leert – wij leren 15p.