b, f-v-s-z-ij-ei-ou-au-sch-schr-ng-nk-g-cht, groep 5, midden groep, taal woordent – spelling – sch(r) ≥ 2 lettergrepen – beeldvorming – 4p.
b, basisblad, begin groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – werkwoord – ik vlieg – jij vliegt – wij vliegen 6p. – praatplaat
b, begin groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – werkwoord ik zwem -zij zwemt – er komt een ’t’ achter – 10p.
b, begin groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – werkwoord ik duik – hij duikt – wij duiken – er komt alleen ’t’ of ‘en’ achter – 14p.
b, groep 5, midden groep, taal woordsoort, woordenschat woordsoort benoem een woordsoortt – lidwoord – wat is een lidwoord & gebruik je de, het of een? – 9p.
b, groep 5, midden groep, taal woordsoort, woordenschat woordsoort benoem een woordsoortt – zelfstandig naamwoord – wat is een naamwoord? – 5p.
b, begin groep, groep 3, taal woordsoort, woordenschat woordsoort in thema basiswoordenschatt – woordsoort basis – tegen – 5p.
b, eind groep, groep 4, rekenen tafelsr – herhaald optellen tot 50 – met stappen van maximaal 7 – verhaalsom – 17p.
b, geld, groep 4, midden groep, rekenen tafelsr – herhaald optellen tot 10 euro – met 1 euro tot 4 euro – knip & plak – 5p.
b, groep 2, letter en rijm en zoek hetzelfde woord, midden groept – letter – leer de letter kennen – letter en bijpassend woord om te sorteren (+ enkele klankgroepen) – 40p.
b, groep 2, letter en rijm en zoek hetzelfde woord, midden groept – beginletter – mkm – knip het woord en de foto uit en plak bij de goede beginletter haas hoort bij h – sap hoort bij s– 15p.
b, groep 4, midden groep, plus-en-minsommenr – plus- en min tot 100 – tiental of eenheid erbij of eraf – 53p.
b, doffe e stomme e, eind groep, groep 3, taal woordent – spelling verkleinwoord -je -tje -pje – tasje boekje stoeltje muurtje boompje armpje – 35p.