a, f-v-s-z-ij-ei-ou-au-sch-schr-ng-nk-g-cht, groep 3, midden groep, taal woorden lezent – woorden lezen – -ng en -nk – gang ring bank denk – 12p.
a, doffe e stomme e, eind groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – bijvoeglijk naamwoord – de boom is groot – de grote boom – 11p.
a, doffe e stomme e, eind groep, groep 4, taal woordsoort, woordenschat woordsoort vul een woordsoort int – bijvoeglijk naamwoord – de trein is snel – de snelle trein – 11p.
a, groep 3, midden groep, taal woordsoort, woordenschat woordsoort in thema clustert – woordsoort – tegenstelling – cluster – beeldvorming, lezen – 11p.
a, f-v-s-z-ij-ei-ou-au-sch-schr-ng-nk-g-cht, groep 5, midden groep, taal woordent – spelling -ng koning slinger wandeling en -nk winkel sprinkhaan gezonken – 23p.
a, dit seizoen, groep 4, klok alles over tijd, midden groepr – tijd – volgorde & nummers van maanden – namen van seizoenen – gr4 – 13p.
a, communicatie maak een samengestelde zin, groep 3, klok alles over tijd, midden groep, taal communicatiebegrip van tijd & zinsbegrip luister – nu, eerst – dan, daarna – opdrachtkaarten – 11p.
a, groep 5, midden groep, verkeer vervoermiddelen, woordenschat denkrelatie, woordenschat oorzaak gevolg middel doelw – verkeer – fietsonderdelen – met omschrijving – 13p.
a, groep 5, klok alles over tijd, midden groepr – lees en schrijf een datum – toepassing, doorschuifstrook, dobbelknobbel – 16p.
a, eind groep, f-v-s-z-ij-ei-ou-au-sch-schr-ng-nk-g-cht, groep 3, taal woordent – spelling – s-z- soep som zaag zeef – 22p.
a, begin groep, groep 3, reeks, Thema vaardigheid knutselen kunst cultuurr – reeks / legenda – kroon en feest – 5p.
a, begrippen in de ruimte, groep 3, midden groep, taal woordsoort, woordenschat woordsoort in thema basiswoordenschatr & t – ruimte – plaats – kinderen boerderijdieren speelgoed – midden naast tussen – knip&plak – 14p.
a, groep 5, klok alles over tijd, midden groepr – vul een week van je agenda in – schema en enkele opdrachtkaarten – 5p.
a, eind groep, geld, groep 3r – geld herkennen – naam 1 en 2 euro en biljetten 5, 10, 20 en 50 euro – 8p.