Rekenen – geld – euro








Voor veel kinderen is er weinig verschil tussen 70 eurocent en 70 euro. Daarom is het raadzaam om (naast het herkennen van de munten) met het gedeelte tot 10 euro te beginnen, dat uit te bouwen naar 100 euro en daarna over te stappen naar eurocenten. Daar is ook kennis tot 100 voor nodig, dus kun je koppelen aan hetgeen geleerd is bij 100 euro.

Verder zijn er verschillende werkvormen. Opdrachtkaarten die ingezet kunnen worden bij een spelbord, werkbladen om zelfstandig te verwerken in een map, werkbladen in combinatie met een rekenmachine. Wanneer het kind het moeilijk vindt om zelf te bedenken op welke manier je een bedrag kunt betalen, kun je er ook voor kiezen om vaste betaalafspraken te maken: 8 euro is altijd 5 + 2 + 1.

Herkennen van munten en biljetten

Knipblad alle briefjes en munten

Herken 1 2 5 en 10 euro

Werkbladen geldrekenen geld herkennen hele euro, waarde van de munt groep 3 groep 4 basisschool speciaal onderwijs

r – geld herkennen – hele euro – waarde van munten en biljetten

Herken tot 100 euro

Herken de eurocenten


Tot 5 euro

Werkbladen geldrekenen tot 5 euro, groep 3 groep 4 basisschool speciaal onderwijs

r – tot 5 euro – variatie


Tot 10 euro

Werkbladen geldrekenen tot 10 euro, waarde van de munt groep 3 groep 4 basisschool speciaal onderwijs

r – tot 10 euro – maak het waar

Stel een bedrag tot 10 euro samen.
Met gebruik van 1 en 2 euromunt, briefje van 5 en 10.
Nog geen eurocenten.


Tot 20 euro


Tot 50 en 100 euro