Nieuw in november 2018

Woordenschat en denkrelatie Taal - woordenschat

Woordenschat vind je nu samen met denkrelatie onder één knop. Basiswoord: Woordenschat begint met woorden die je al snel tegenkomt als je opgroeit. Vervolgens zijn dingen rood en horen honden bij de dieren – categoriseren. Onder – zie het verband – vind je middel-doel: met een hamer kun je timmeren. Bij woorden omschrijven kom je de raadsels tegen: het is een dier, het is bruin, er kan een zadel op.

Kalender van de november en december 2018

Sinterklaas

Sinterklaas vind je bij Thema > feestdagen. De bestanden bij sinterklaas zijn vernieuwd, bijvoorbeeld Sint - mkm-woorden. Je vindt een nieuwe voorkant voor een werkboekje. Er zijn spelletjes, taalactiviteiten en rekenspelletjes.


Tip bij Nieuwsbegrip

Veilig het spoor oversteken

Pas op, sommige mensen denken nog snel het spoor over te kunnen steken. Het verkeer staat vol met pas op-borden.

Op blad 6 staat het begin van een pas op-bord. Je leerling kan dit bord verder aftekenen. Pas op met oversteken. Let op de trein.

De woorden slagboom, bellen en verlichting kun je ook centraal zetten in het algemene document:

Misschien kun je het filmpje van het jeugdjournaal herhalen.
Of zoek een ander filmpje op Schooltv over treinen of veilig oversteken.
Een andere verwerking is dat je leerling een foto van een spoorwegovergang moet zoeken.
daar kan hij dan de bovenstaande woorden bij schrijven.


Dit document staat ook bij de basisbegrippen van tijd. t - zinsbegrip luister - nu, eerst - dan, daarna


Taal - woordenschat

Foto’s en woorden waar een kind al vroeg mee in aanraking komt: t - basiswoord & lijst - tekenen en knutselen - beeldvorming. Misschien ook handig om te gebruiken tijdens tekenen en knutselen. Een kaartje op tafel verduidelijkt de opdracht.

Onder de knop Zie het verband: t - denkrelatie - middel-doel - met een ____ kun je ____ - kaarten

 


Open vragen bij begrijpend lezen zijn zo lastig. Geef maar eens antwoord op wie, wat, waar. Onze kinderen hebben dan ook nog eens problemen om per direct te reageren. Dus komt er helemaal geen antwoord. Voorbeeld? Een leerling vertelt, omdat het hem interesseert: in een jaar zitten 12 maanden. Dezelfde dag doen we een computerprogramma: Hoeveel maanden heeft een jaar? De leerling heeft werkelijk geen idee.

In dit mkm-document proberen we de vragen en antwoorden te visualiseren. Zoek terug in te tekst.

Een nieuw bestand als vervolg op een document met mkm-woorden. Woorden met sch- en schr-, woorden met een cluster en woorden met -aai -oei -ooi.



Aangevuld document, bedoeld voor het begrip wanneer je in zinnen van ons, van jullie, van hen, ons boek, jullie boek, hun boek gebruikt. Kies het blad wat op dit moment voor je leerling van toepassing is. Het is geen document om alle bladen achter elkaar te laten maken. De kaarten kun je samen doen, leuk tijdens een spel.

Basisblad om het gebruik van ‘de’ of ‘het’ te oefenen. Met foto’s uit de eerste woordenschat:


Het is mij een raadsel waarom ik de begrippen vooraan, in het midden en achteraan niet aantref in de leerlijn voor rekenen. Het dichtstbij komt ordenen van hoeveelheden: Herkent de rangtelwoorden tot en met 5 en wijst in een context aan wat wordt bedoeld met eerste, tweede, derde, laatste enz. Maar het gaat me niet om ordenen van hoeveelheden. Begrippen vooraan, achteraan zie ik wel bij de mondelinge taal, leren communiceren: voorzetsels en locatie-aanduidingen. Ordening in de ruimte is zo’n belangrijke voorwaarde om ooit die lastige sommen te kunnen gaan maken, maar ook: om later de trein te kunnen nemen. Beweeg, speel, ga in een hoepel staan, achter een stoel, ergens tussenin, stimuleer dat gevoel voor ruimte.

r - ruimte - voor-midden-achter

r - klokbasis - de wijzers en maak een oefenklok


Hoe kan ik mijn leerling mee laten doen met de zaakvakken: Behandel je bij verkeer de vraag: wanneer ben je een voetganger?, maar leest je leerling voornamelijk mkm-woorden? Onderstaand document heeft 8 langere globaalwoorden of een korte standaard zin en maakt samen met de mkm-woorden een begrijpend lezen document. Af en toe gebruiken we een ‘t’ achter een mkm-woord, om toch wat meer inhoud te kunnen geven.

w - verkeer - voetganger - begr. lezen mkm(+t) en 8 langere woorden