Rekenen

rekenen_11_1 rekenen_11_2





Rekenen is moeilijk

Rekenen is lastig voor onze kinderen. Waar andere kinderen zich min of meer spontaan rekenbegrippen lijken aan te leren, lijken onze kinderen veel doelgerichter met rekenen in aanraking te moeten komen. Misschien aardig om jezelf een aantal dingen af te vragen:

  • Neem een werkblad van groep 3 voor je. Wat staat er allemaal op? Bedenk wat een leerling die de eerste dag dit blad voor zich krijgt allemaal moet kunnen. Kijk naar symbolen, switchen van oefening, werken van boven naar beneden en van links naar rechts, al dan niet relevante illustraties, betekent een kruis in een vakje zetten verkeerd of goed?
  • Blijf je lang bezig met het maken van sommen en lukken die maar niet? Nog maar een keer? Of zijn er misschien andere rekenonderwerpen die net zo goed van belang zijn?
  • De wereld op zijn kop: Is het mogelijk dat het aanleren van nieuwe stof thuis ligt en de herhaling op school?
  • In groep 5 doe je een leuke rekenles met een pak suiker en een weegschaal. Dit gaat geheel voorbij aan je leerling. In groep 7 is er wel interesse in meten. Dan ben je allang weer met andere dingen bezig.
  • Weet de begeleiding wat er in de klas gebeurt en andersom?
  • Mocht het rekenen maar niet op gang komen, wat is je gevoel over het begrip van tijd van je leerling? Tijd heeft veel met rekenen te maken, helemaal als je tijd ziet als het meten van verandering. Naast tijd speelt ruimte een grote rol. Beweeg je veel tijdens het rekenen? Laat je voelen, lopen, springen?

Thuis rekenen

Thuis is een misschien een mooie situatie om nieuwe dingen aan te leren. Je hebt er ruimte, spullen en tijd om kort aan rekenen te werken. Na het toetje kun je op de stoel staan en van 1 tot 10 tellen. Met applaus natuurlijk. Of de trap oplopen en de stappen tellen. Onder een stoel zitten. Rennen om alle rondjes/vierkanten te zoeken.

Hoe organiseer je het rekenen?

Wie zijn er betrokken bij het rekenen? Thuis, één-op-één begeleider, leerkracht in de klas? Thuis kun je vragen om nieuwe stof aan te leren. De één-op-één begeleider kan nieuwe stof aanleren, zelfstandig werken intrainen (doe een stap naar achteren) en de leerkracht ondersteunen: pakketjes voorbereiden die in de klas gedaan kunnen worden en eventueel een takenblad maken. De leerkracht weet nu dat er stof ligt die bekend is en kan zich richten op het aanleren van de aanpak: map pakken, taak maken, spullen pakken, zithouding, wat als de taak af is, opruimen, wegleggen.

Vooral: weet van elkaar wat je aan het doen bent. Hopelijk een open deur. Toch moeten we eerlijk zeggen: soms weten we als begeleider niet wat een andere begeleider met de leerling oefent. Gemiste kans lijkt ons. Bedenk dat huiswerk als functie kan hebben dat je elkaar laat weten, waar je mee aan het oefenen bent.

Er zijn jaren dat de communicatie tussen begeleiding, thuis en leerkracht als een tierelier loopt. Dat zit hem in leerstof die thuis wordt gemaakt, in app of e-mailtjes, een compliment over en weer, iemand vertellen dat je bezig bent met gisteren en morgen en de dagen van de week. Kortom: blijf niet op je eigen eiland zitten. Bedenk bovendien dat ouders van leerlingen die wat bijzonders hebben, vaak heel veel kennis over hun bijzondere kind hebben. Deel die kennis met elkaar en sta ervoor open.

Een werkblad inoefenen

Rekenen is in eerste instantie vooral veel bewegen en handigheden inbouwen.
Als iets vertrouwd is, kun je samen een werkblad inoefenen. Laat het kind langzaam wennen aan de vraagstelling of de vorm van een werkblad. Werk daarna toe naar het zelfstandig kunnen maken van een werkblad of misschien zelfs meerdere werkbladen. De werkbladen bevatten zoveel mogelijk visuele informatie. De lay-out en symbolen maken de opdracht duidelijk. Tekst speelt in de opdracht een ondergeschikte rol.

Aangezien rekenen vaak niet favoriet is, heb je het inoefenen van eerste werkbladen waarschijnlijk met taal of schrijven gedaan. Is een werkblad een aantal keer geoefend? Dan kan het werkblad in de klassesituatie uitgeprobeerd worden. Dit werkblad zit in de rekenmap of de dagtaak. Van te voren uitgezocht door de individuele begeleiding. Rekent de klas? Dan jouw leerling ook. De instructie gezamenlijk, de verwerking apart. De juf kijkt na.

Een knip- en plakblad

Bij een knip- en plakblad kun je naast het knippen en plakken kijken of je leerling de spullen handig voor zichzelf neerlegt. Rekenen heeft ook met orde aanbrengen te maken. Leg je de kaartjes die je hebt uitgeknipt opzij? Op een stapeltje? Of komen de spullen onhandig op je werkblad te liggen?
Leest je leerling de opdracht goed? Maak je leerling een plannetje? Eerst dit, dan dat? Hoort het opruimen bij de opdracht?

Schrijven of niet schrijven

Om te kunnen rekenen, hoef je niet eerst de cijfers te kunnen schrijven. Bij een groot aantal werkbladen is daar rekening mee gehouden. Het kind trekt een lijn naar het goede antwoord, zet een kruisje, een rondje of kleurt het vakje in. Voor kinderen die wel de cijfers kunnen schrijven is de mogelijkheid om af te wisselen in de werkbladen groter.

Kleine stappen

Per rekenonderdeel maken we kleine stappen, zodat iedere handeling apart ingeoefend kan worden. Een werkblad is rustig van opbouw en de bladen lopen niet snel op in moeilijkheid. Daarnaast zijn er ook werkbladen bewust gecombineerd en is er een werkblad variatie genaamd, om de kinderen de net ingeoefende stof eigen te laten maken. Op deze manier wordt het geen ondoordachte handeling, maar stimuleert dit het kind tot nadenken.

Werkvormen

De werkbladen hebben verschillende vormen. We vinden het belangrijk dat een kind bedenkt wat er van hem gevraagd wordt als het later een werkblad zelfstandig maakt. Kies in eerste instantie werkbladen met eenzelfde vorm en besteedt de meeste aandacht aan de sommen. Bied als dat kan een ander soort werkblad aan. Wanneer de sommen vertrouwd zijn, bied je de werkbladen met variaties aan. Het kind moet goed kijken naar ‘wat moet ik doen’ en het kind moet binnen het onderwerp overstappen naar een volgend soort som.

Nieuwe stof

Zorg dat je ruim voordat je met een onderwerp intensief beziggaat uitstapjes maakt naar nieuwe stof. Koppel deze nieuwe stof aan bekende dingen. Noem het, laat het zien, tast af wat het kind al weet en laat het daarna weer even liggen.

Herhalen

Herhalen is heel belangrijk. Het is niet alleen zinvol om de vaardigheden te onderhouden, maar ook het hebben van succes-ervaring is iets wat ieder nodig heeft. Geef daarom af en toe eens een werkblad waarvan je weet dat de sommen ‘allang bekend’ zijn.

Herhalen van bekende leerstof kun je ook gebruiken om de stap naar generalisatie te maken. En het is prettig om in de klas zelfstandig aan het werk te kunnen zijn. Daar moet je leren om aan een taak te beginnen, deze te maken, te controleren, op te ruimen en aan een volgende taak te beginnen. Dat kun je dan maar het beste met stof die je beheerst.

Toch willen we daar nog een kanttekening bij plaatsen. 8 dezelfde – te makkelijke – bladen na elkaar maken? Heeft dat invloed op de motivatie? Wees je bewust van wat je in de werkmap stopt.

Sommen maken?

Soms lukt het maar niet om 5 + 2 op te lossen. Daardoor ben je misschien geneigd om het nog maar eens te proberen, maar dan op een andere manier. Het is goed om te bedenken dat met rekenen nog zoveel andere mogelijkheden zijn: gisteren ligt achter je (rug), schrijf op wanneer je zus jarig is, ruim de koelkast netjes in, ga naar de winkel met een lijstje, waar liggen de appels in de winkel, onthoud 3 getallen en loop ernaar toe, leg blokken op een balans, trek je lichaam om op een vel papier en schrijf er woorden bij. Denk bij rekenen vooral aan orde, ruimte en tijd. En gebruik daarbij je hele lichaam: beweeg en voel!